Meertens-Instituut

Toen ik eenmaal vaste luisteraar werd van het radioprogramma ‘Onder de groene linde’ werd mij duidelijk dat er in Nederland een volksliedarchief was gevestigd, in Amsterdam aan de Keizersgracht: het P.J.Meertens-Instituut. Het behoorde toe aan de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en de volgende wetenschappen waren er ondergebracht: Dialectologie, Naamkunde en Volkskunde. In 1963 werd het Nederlands Volksliedarchief hier ondergebracht.

Het was niet zo gemakkelijk om er binnen te komen, het was aanvankelijk een nogal gesloten organisatie. Er klopten wel eens mensen aan van volksmuziekgroepen met de vraag of zij een leuk liedje voor hun groep hadden. Maar als je je op de Keizersgracht zo presenteerde, bleef de deur echt voor je gesloten. Het was voor de medewerkers natuurlijk een onmogelijke vraag om een ‘leuk’ liedje zoeken in een archief met enkele duizenden liederen!

Ik heb één keer een bezoek gebracht aan het eerbiedwaardig P.J.Meertens-Instituut, zo’n dertig jaar geleden, op afspraak en toen bleek dat er heel aardige, bereidwillige mensen rondliepen die me graag wilden helpen zoeken naar liedteksten en me inzage gaven in hun bibliotheek en kaartsysteem met liedtitels. Er was destijds nog niets gedigitaliseerd. Veel later werd ik aan de sfeer in dit Instituut herinnerd door de prachtige 7-delige serie ‘Het bureau’ van J.J.(Han) Voskuil. Ik heb de 7 boeken in één adem uitgelezen.

Wilde ik wat meer informatie hebben over een bepaald lied; ik stuurde titel en beginregel(s) op naar het Volksliedarchief en kreeg een paar dagen later keurig en zeer uitgebreid antwoord. Daar was de vriendelijke meneer Henk Rave voor verantwoordelijk. Jaren later trof ik hem nog eens in het P.J. Meertens-instituut, inmiddels in een ander onderkomen in Amsterdam, waar ook het Nederlands Volksliedarchief is ondergebracht. Ook weer op afspraak en met de vraag van mijn kant of ik inzage mocht krijgen in dierenliedjes uit hun archief. Henk Rave werkte er nog steeds en had alles keurig voor mij klaar gelegd. En had ik interesse in een bepaald lied; het kopieerapparaat stond voor me klaar.

Radio Volkskundig Bureau
Toch moet ik nog een naam noemen van iemand met wie ik altijd graag samenwerkte: de heer Henk Kuijer. Het Volksliedarchief in Amsterdam kreeg een schaduw-archief in Hilversum: ‘Het Radio Volkskundig Bureau’,opgericht in 1965 en organisatorisch ondergebracht bij de Muziekbibliotheek van de NOS.
Henk Kuijer beheerde dit archief en ging het contact onderhouden met o.a. volksmuziekgroepen. Hier kon je wat uitgebreider en vrijer snuffelen in het liedmateriaal en het archief in Amsterdam bleef meer het adres voor belangstellenden uit de kringen van onderwijs en wetenschappen. Henk Kuijer hielp ook mee aan de ontsluiting van het Volksliedarchief middels de publicatie van een catalogus met liedtitels en beginregels en alles op thema samengesteld. De eerste catalogus verscheen in 1973, de tweede, en meer uitgebreide, in 1980. De beide publicaties gaven je een aardige indruk welke liederen er zoal opgenomen waren middels het liedveldwerk van o.a. Ate Doornbosch.

Hier de catalogi die in een ver verleden, resp. 1973 en 1980, zijn uitgegeven door het Radio volkskundig bureau.

Aanvankelijk, in de begin jaren 70 van de vorige eeuw, was er nogal kritiek op het Volksliedarchief te Amsterdam vanuit de wereld van de volksmuzikanten. Er moest repertoire gezocht worden en de enige bronnen waren tot dan toe een enkel liedboek en de langspeelplaten van voornamelijk Vlaamse volksmuziekgroepen. Er werd driftig nagespeeld wat er op deze, dikwijls zeer interessante elpees te horen was. Een enkeling ging zelf liedjes opnemen en daar hoorde ik ook bij, maar niet alles van dit liedveldwerk kon je gebruiken met je volksmuziekgroep. De teksten waren dikwijls te ernstig, te uitgebreid; ik nam eens een lied op met bijna 100 coupletten: ‘Sofia, de jeugdige gravin’. Nou werden voor mij natuurlijk niet al deze coupletten gezongen, aan een paar had ik genoeg om de melodie te leren kennen en de volledige tekst werd meestal in een schrift geschreven of stond op een los liedblad.

Wij volksmuzikanten, vroegen ons af waarom de liedjes uit het Volksliedarchief niet eens gepubliceerd werden. We zaten er eigenlijk om te springen. De beide zojuist genoemde catalogie waren al een aardige aanzet om tot ontsluiting van het volksliedarchief te komen. We hebben moeten wachten tot 1987. Toen vond de eerste officiële publicatie plaats van het Volksliedarchief, ‘Onder De Groene Linde’, een titel die ontleend was aan het gelijknamige radioprogramma. Deze eerste uitgave bevat 43 liederen, met varianten en uitgebreid becommentarieerd. Er volgden nog twee deeltjes in respectievelijk 1989 en 1991, samen goed voor 85 liederen. En nog niet zo lang geleden, op 6 december 2008, verscheen deel 4.

‘Onder De Groene Linde’ moest een publicatiereeks worden van 7 delen en deze zouden in een tijdsbestek van 10 jaar verschijnen. Hier is het helaas niet van gekomen en waarschijnlijk zijn financiële problemen hier debet aan? Of de verkoop van de eerste drie delen bleef beneden alle verwachtingen?

Ondertussen werd er driftig gewerkt aan ’t digitaliseren van het liedbestand van het Volksliedarchief. Want wat gebeurde er een paar jaar geleden? De inventarisatie van het Volksliedarchief was kennelijk afgerond en er verscheen een site: www.liederenbank.nl. In de inleiding is te lezen: In de Nederlandse Liederenbank zijn meer dan 125.ooo Nederlandse liederen ontsloten, van de middeleeuwen tot de twintigste eeuw.
Even verderop staat te lezen: De Nederlandse Liederenbank wordt geproduceerd op het Meertens instituut in het Documentatie- en Onderzoekscentrum van het Nederlandse lied.
Overbodig om te zeggen dat u eens een kijkje moet gaan nemen op deze site, als u tenminste geïnteresseerd bent in het mondeling overgeleverde Nederlandse lied.

Ga naar boven