Hoe het begon

Ik vond in m’ n archief nog een krantenartikel uit het Brabants Dagblad van zaterdag 4 juli 1981. Het is geschreven door Jo Wouters en heeft als titel: Succesvolle Brabantse Volksmuziekgroep, ‘Mie Katoen’ graag geziene gast.
De bijdrage van de toenmalige correspondent Jo Wouters geeft al direct aan hoe wij destijds met volksmuziek zijn begonnen. En met wij bedoel ik behalve mijzelf, mijn vrouw Geno, Jan Brands en Ans van Pinxteren uit Berlicum, destijds nog een echtpaar. Wouters laat mij aan ’t woord: ”Jan is op het geluid van onze doedelzak afgekomen. Wij woonden in de Guldenvliesstraat in Den Bosch, Jan werkte op een reclamebureau aan de Koningsweg, bij ons om de hoek.
Zijn vrouw en hij bleken voor dezelfde muziek belangstelling te hebben als wij. Van het een kwam het ander en zo’n vijf jaar geleden zijn we samen muziek gaan maken. Zo eenvoudig ligt het.”
Uit dit krantenartikel kun je opmaken dat we met de volksmuziekgroep gestart zijn in 1976. Met ‘Mie Katoen’ hebben we veel muziek gemaakt, veel optredens buiten en binnen. En we gingen ook van alles organiseren, om te beginnen de Brabantse avonden in herberg De Gouden Leeuw in Berlicum. Dit waren de eerste Brabantse avonden, de formule hadden we enigszins afgekeken van de literaire avonden in Den Bosch die georganiseerd werden door dichter/schrijver Carel Swinkels.

We maakten muziek op markten, braderieën, bruiloften en als begeleiding van onze eigen volksdansgroep ‘De Kövelkes’, ook uit Berlicum. Deze dansgroep bestond aanvankelijk uit leden van carnavalsvereniging ‘De Koalstamper’s waar Ans en Jan lid van waren. We kwamen op het spoor van twee meer dan voortreffelijke volksdansleraren, Elly en Theo Olderaan uit Vught. Van hen hebben we echt volks leren dansen en ook aan deze tijd denken we met veel plezier terug. Wij begeleidden niet alleen de volksdansen, wij moesten ze ook zelf aanleren van Elly en Theo om de dansen beter en begrijpelijker muzikaal te kunnen begeleiden. Dankzij deze samenwerking met Elly en Theo maakten we onze tweede elpee met zestien traditionele teksten en melodieën, waarop Elly nieuwe volkse dansen had gemaakt. Even hiervoor, in 1980 kwam onze eerste elpee uit: ’En ons moeder hi gezeejd..’, met een vijftal eigen veldopnames aangevuld met elf traditionele nummers.

Accordeon
Geno en ik maakten evenwel al eerder kennis met volksmuziek, nog vóór de Mie Katoen-tijd. We woonden in Den Bosch en een vriend van ons kwam op een onverwacht moment met twee elpees aanzetten met volksmuziek, één Engelstalige: ‘Morris On’ en één Vlaamse elpee van het destijds befaamde trio RUM.

Het trio RUM op hun albumhoes uit 1972.

De Engels muzikant die de accordeon speelde was John Kirkpatrick, destijds een fenomeen op dit instrument. Hier raakten we erg van onder de indruk en ik weet nog goed dat ik heel verbaasd was dat ik een accordeon hoorde, een instrument dat ik onmiddellijke associeerde met een muzieksoort die mij op dat moment niet zo aansprak en vooral gespeeld werd door bijvoorbeeld de kermisklanten. Maar op deze plaat klonk de accordeon prachtig!In 1973 maakten we voor de eerste keer een Folk Festival mee. We gingen in Engeland op vakantie en de laatste drie dagen van juli waren we in Cambridge op de ‘Cherry Hinton Hall Grounds’ om daar het befaamde Folk Festival bij te wonen. Ook de zojuist genoemde Vlaamse muziekgroep RUM was daar aanwezig. We genoten van de volksmuziek maar speelden zelf nog steeds geen noot.

Op een gegeven moment kwamen wij in contact met het Vlaams volksmuziekechtpaar: Alfred en Kristien den Ouden. Ik geloof dat wij al in het bezit waren van hun eerste elpee en wij luisterden graag naar deze Nederlandstalige volksmuziek. Alfred en Kristien gingen in Den Bosch op straat muziek maken met o.a. doedelzak, viool en trekzak en ze zongen erbij.

Alfred en Kristien met hun kind op een albumhoes.

Ik meen me te herinneren dat het met Koninginnedag was, want na afloop van hun optreden hebben we nog wat oranjebitter gedronken in het stadhuis aan de markt. Wij waren er erg trots op dat we ze, na hun optreden, konden uitnodigen bij ons thuis om nog wat te eten voordat ze begonnen aan de thuisreis naar West-Vlaanderen, naar Kemmel. De eerste contacten binnen de volksmuziekwereld waren gemaakt en vanaf dat moment besloten Geno en ik dat we ook volksmuziek zouden gaan spelen, aangestoken door het enthousiasme en muzikaliteit van Alfred en Kristien.
Geno kocht een diatonische trekzak in Den Bosch en ik een namaak Schotse doedelzak, een Pakistaanse, in Schoten bij Antwerpen. Dit adres had ik gekregen van de Antwerpse volkszanger en muzikant Wannes van de Velde die we spraken na een optreden van hem en zijn drie muzikanten in de schouwburg van Tilburg.

De trekzak was aanvankelijk geen succes, hoe speel je zo’n ding toch? De Pakistaanse doedelzak, net gekocht in Schoten en onderweg op een parkeerplaats even geprobeerd, leek ook een miskoop te zijn. Waar waren we aan begonnen?

Vlaamse doedelzak
Inmiddels was me ook bekend geworden dat er in Vlaanderen een man was die Vlaamse doedelzakken maakte: Victor Nerinckx uit Brussel. Deze aardige man stond dikwijls op markten en braderieën en bij een van deze gelegenheden maakte ik kennis met hem en bestelde meteen een doedelzak die ik enkele weken later bij een of andere braderie kon afhalen. Ook dit instrument bleek geen succes te zijn. Het was nauwelijks te stemmen en bleef maar vals klinken en ook de uitvoering liet te wensen over, het was ook om te zien geen fraai muziekinstrument. Toch verkocht Nerinckx veel doedelzakken, overal kwam je ze tegen en op veel elpees van volksmuziekgroepen uit de jaren 70 van de vorige eeuw zijn ze nog te horen, je haalt er nog steeds een Nerinckx doedelzak uit als je zo’n elpee terugluistert. Het maakte het doedelzakspelen niet aangenaam, niet om zelf te spelen en zeker niet om te horen. Maar de ‘verlossing’ kwam al gauw: Herman Dewit van de Vlaamse volksmuziekgroep ’t Kliekske ging zelf ook doedelzakken maken en dit werden prachtige instrumenten, zowel qua uiterlijk als qua klank. Bij Herman besteld ik mijn eerste ‘echte’ doedelzak, later nog een tweetal types en nu nog bespeel ik deze instrumenten.

Ga naar boven