Mis winnen

Uit: Taxandria, 1918. 25ste jrg. In de lijkdienst, onmiddellijk na het H. Evangelie, staan een der mannelijke en een der vrouwelijke familieleden van de overledene op en begeven zich naar de linkerhoek van de communiebank, waar een brandende kaars is geplaatst die door de man van de kandelaar wordt genomen en aan de vrouw overhandigd wordt. Beiden, man en vrouw gaan vervolgens langs de binnenzijde van de communiebank om en offeren daar in een daartoe bestemd bordje. Zodra ze aan de plek zijn gekomen waar de kaars stond, wordt deze door de vrouw aan de man gegeven, die ze weer op de kandelaar plaatst, waarna beiden zich weer naar hun plaats gegeven.

Over dit mis winnen kwam ik nog iets te weten naar aanleiding van een bijdrage van de heer A.D. Kakebeeke in de Sint Jansklokken van 7 september 1956: Heel bijzondere gebruiken bestaan bij de requiemmis in de kerk. Dan wordt nog al eens een lid van de familie rond de baar geleid. In Eersel (N.B.) bijvoorbeeld moet dan de derde zoon, de oudste dochter aan de bank afhalen, hij leidt dan zijn oudste zuster rond de baar. Dan brengt hij haar weer op haar plaats terug en gaat zelf zitten. Direct daarop begint het offeren. De mis winnen noemt men dit gebruik. Ik hoorde dat op andere dorpen ook zulke gebruiken bestaan, hoewel soms heel afwijkende. Soms moest de jongste zoon zijn oudste zuster afhalen, soms ook doet het de oudste zoon. Kakebeeke besluit dit tekstfragment uit zijn ‘Begrafenisgebruiken’ als volgt: Het zou heel interessant zijn eens precies te weten hoe men dat in elk dorp doet, en daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. Het bijzondere van deze ‘mis winnen’ is, dat er geen kaars(en) in het ritueel voorkomen.

Uit het archief ‘Mandos’, een hele verzameling losse, aantekeningen over begrafenisgebruiken, in te zien in het BHIC te ’s-Hertogenbosch, haal de ik de volgende aantekening over mis winnen uit de Noord-Brabantse gemeente Hooge Mierde: weduwe of naaste vrouwelijk familielid wordt door de kerkmeester (zonder kaars) afgehaald om te offeren op ’t altaar, aan de epistelkant, ‘mis winnen’ genaamd.

Ga naar boven