Samenstelling van de lijkstoet

Sint Michielsgestel e.o.: Achter het lijk gaan eerst de mannen, de naasten in den bloede voorop en dan de vrouwen. Is de lijkdienst in de kerk geëindigd dan geschiedt de oefening van de Kruisweg, terwijl inmiddels de baar met de lijkkist aan de kerkdeur blijft staan, waarheen zij na het eindigen van de dienst gedragen is. Na afloop van de Kruisweg begeven allen, ook de vrouwen zich naar het kerkhof alwaar de kist in de groeve wordt gelaten.

Langstraat: In de stoet gaat in de regel het jongste kind voorop. Te Waalwijk gaan de vrouwen niet mee in de begrafenisstoet. Na afloop van de begrafenis gaan de familieleden en kennissen van de overledene terug naar de kerk om daar voor hem de kruisweg te bidden. Daarna gaan de familieleden naar het sterfhuis.

Bokhoven: Wordt het lijk van een ongehuwde op de dag der begrafenis ter kerke gedragen, dan gaat iemand de begrafenisstoet voorop met een paar palmtakjes in de hand, die in de vorm van een kruis op zijn graf worden geplant.

Boxmeer: Al naarmate de overledene tot het mannelijke of vrouwelijke geslacht behoorde, bij de begrafenis een man of een vrouw voor de kist gaat met het H. Oliesel(kruis) in de hand. Achter de kist gaan eerst de mannen en daarna de vrouwen.

Budel: In de begrafenisstoet gaan, als een ongehuwde begraven wordt, hetzij hij een kind of een volwassene was, drie kleine meisjes onmiddellijk achter het lijk met palmtakjes in de hand, welke takjes versierd zijn als een jongen of vrijgezel begraven wordt, met stroken en driehoekige vaantjes van gekleurd papier en als een meisje of jonge dochter ter aarde wordt besteld met stroken en ruw bewerkte rozen die eveneens van gekleurd papier gemaakt zijn. Deze takjes worden, als de kist in de kerk komt op het baarkleed gelegd en later op het graf gestoken. Achter bedoelde meisjes komen in de begrafenisstoet de buren, en vervolgens de leden van de H. Familie of Congregatie, Gilde of Harmonie, wanneer de overledene daartoe behoorde, en eerst daarna komt de familie. Alleen als de afstand te groot is om het lijk te dragen wordt de kist op een kar geplaatst, doch niemand neemt plaats op de kist.

Erp e.o.: Onmiddellijk achter het lijk gaat de allernaaste buurman, hij wordt de kaarsendrager genoemd, omdat het vroeger gebruikelijk was dat hij de kaarsen, die tijdens de uitvaart in de kerk rondom het lijk gestaan hadden, mee naar het sterfhuis nam en vervolgens aan een naburige kerk ten geschenke gaf teneinde daarvoor een H. Mis voor de zielerust van de overledene te doen lezen. Ondanks dat dit gebruik niet meer bestaat gaat nog altijd de zogenaamde kaarsendrager vlak achter de kist. Wordt een ongetrouwde begraven, dan volgen in de stoet op de kaarsendrager twee zogenaamde trossendragers, die jongens of meisjes zijn, naargelang de overledene een jongen of een meisje was. Elk hunner draagt dan twee bosjes palmtakken die op de kist gelegd worden zodra het lijk in de kerk gedragen wordt en op het graf gezet worden als het dicht is gemaakt. Te Veghel gaan de trossendragers alleen maar met kinderlijken mee, zij zijn daar vier in getal en elk hunner draagt een palmtakje. Na de trossendragers komen in de begrafenisstoet de mannelijke en daarna de vrouwelijke familieleden. Wanneer het lijk van de kerk naar het kerkhof wordt gedragen gaat de doodgraver voor de kist met het kruis in de hand, dat op het graf zal worden geplant. Zowel mannen als vrouwen gaan mee naar het kerkhof, de mannen blootshoofds. Zodra de kist in het graf is neergezet maken alle leden van de stoet daaromheen een rondgang. Daarna gaan de familieleden en de buren naar het sterfhuis en worden zij dan daar op brood en koffie, soms ook wel op kaas onthaald.

Oss e.o.: Voordat de kist het sterfhuis verlaat bidden alle aanwezigen 5 onze vaders, die door de bidders worden voorgebeden. Daarna trekt de begrafenisstoet naar de kerk, de bidders voor de kist met hoge hoed op waaraan een lange, zwarte sluier hangt. In de boeren- en arbeidersstand komen de bidders eerst achter de mannelijke leden van de stoet. Het lijk wordt gedragen door gehuwden of ongehuwden, naar gelang de overledene gehuwd of ongehuwd was. De mannen gaan achter het lijk, de naaste familieleden voorop, achter de mannen komen in de stoet de vrouwen.

Oirschot e.o: De buren dragen op de dag der begrafenis het lijk naar de kerk. Onmiddellijk achter de kist gaat het naaste familielid van de overledene. Achter hem komen de verdere familieleden, buren en vrienden en daarna de vrouwen, allen een voor een.

Tilburg: Op de dag der begrafenis wordt het lijk naar de kerk gereden. Daarachter gaan te voet eerst de mannelijke familieleden, vrienden en buren en vervolgens de vrouwen.

Bernard van Dam: ´De volgorde van de lijkstoet werd geregeld naar de mate van bloedverwantschap en hieraan werd streng te hand gehouden. Bij enige afstand van bijv. minder dan een 300 meter werd de tocht te voet afgelegd, was de afstand echter groter dan ging de kist op de hoogkar, waarachter de rouwleider en daarna de familie, voorop de mannelijke kinderen naar leeftijd, ieder gevolgd door de kleinkinderen, daarna broers en zwagers met hun kinderen, waarachter neven, vrienden kennissen en eindelijk de buurlui met de dragers. Achter deze volgden dan de vrouwelijke familieleden en buurtbewoonsters in dezelfde volgorde als de mannelijke. Was het lijk op het kerkplein aangekomen dan werd halt gehouden en de kist van de kar op de baar geplaatst, terwijl tegelijkertijd de klok begon te luiden totdat het lijk in de kerk was. Na afloop van de H. Mis werd het lijk in dezelfde volgorde door de stoet naar het kerkhof geleid, terwijl de klok luidde totdat de kist gezonken was, na afloop begaven allen, uitgezonderd de dragers, zich ter kerke voor het bidden van de Kruisweg, die door de rouwleider werd voorgebeden. Daarna begaf de hele stoet zich naar het sterfhuis.´

H. Grolman: ´De lijkwagen wordt gewoonlijk voorafgegaan door de doodbidder of voorganger met hoge hoed op, versierd met een lamfer, vroeger dikwijls met een grote zwarte mantel om. De menner houdt de paarden vast, op de terugweg zit hij op de bok. Soms lopen ook twee buren naast de paarden.´

J. Schrijnen: ´Achter de wagen volgen verdere bloedverwanten, buren en vrienden, meestal ook vrouwen. De stoet wordt gesloten door de hekkesluiter. In de stoet loopt op het platte land nog vaak de doodgraver met omgekeerde schop, zoals men immers bij tal van dodengebruiken alles omgekeerd doet.´

Ga naar boven