Naar kerk en kerkhof

Boxmeer: op de dag der begrafenis wordt, als het is ene begrafenis eerste klasse, het lijk door de leden van de congregatie van de H. Joseph, het timmermansgilde, op een baar aan de hand van het sterfhuis naar de kerk en van daar naar het kerkhof gedragen. Betreft het een lijk van iemand die tot de H. Familie of tot een andere congregatie behoorde, dan wordt het lijk door de leden van ene dier verenigingen op dezelfde wijze gedragen en worden de kwasten van het lijkkleed vastgehouden door hare prefecten, de lijken van de overige ingezetenen worden op de schouders gedragen. Bij de begrafenis van een kind, dat lid van de H. Kindsheid was, wordt het lijk op een baar gedragen door 6 jongens of meisjes. Bij grote afstand wordt het lijk ook wel op een kar geplaatst.

Hier een tekening van een kinderbegrafenis, al zou je het niet zeggen omdat je alleen maar volwassenen ziet in de lijkstoet. Verder valt op dat het paard een slee trekt met daarop de doodskist? Bron: Het maatschappelijke leven onzer voorvaderen in de 17de eeuw, G.D.J. Schotel.

Cuyk: Als het sterfhuis te ver van de kerk is om het lijk te dragen wordt het lijk naar de kerk gereden op de kar van een boer, die van de buren het dichtst bij de kerk woont. De kist wordt daartoe door die boer en de lijkers op de kar geplaatst. De lijkers volgen het lijk niet naar de kerk maar blijven in het sterfhuis om alles in gereedheid te brengen tot de ontvangst der begrafenisgasten. Alleen de nabestaanden volgen het lijk, de allernaaste bloedverwanten natuurlijk voorop, allen gaan één voor één, het eerst komen de mannen en daarachter de vrouwen. Op de kar neemt niemand plaats. De buren wachten het lijk in de kerk op. Als het lijk gereden is, wordt bij de poort van de kerk de kist door de aldaar staande dragers op een baar geplaatst en in de kerk gedragen.

Eindhoven: Tot voor dertig á veertig jaar geleden, (is dus rond 1850, B.H.) werd het lijk op een baar bij de begrafenis naar de kerk gedragen en volgde de naaste bloedverwanten van de overledene met breedgerande hoeden en getooid met rouwmantels de baar, terwijl de buren, vrienden en kennissen, ook allen met rouwmantels omhangen, de verdere stoet vormden. Dat gebruik is echter omstreeks die tijd afgeschaft, sedert dien worden hier de meeste lijken met een lijkwagen naar de kerk gereden, waarachter de mannelijke familieleden en vrienden te voet gaan, gekleed in moderne rouwkleren. Alleen de lijken der armen worden nog wel naar de kerk gedragen.

Sint Michielsgestel: Bij de begrafenis wordt de kist op een baar geplaatst, welke door 8 mannen uit de buurt naar de kerk en het kerkhof wordt gedragen. Zij krijgen daarvoor van de nabestaanden van de overledene een paar zwarte handschoenen en een fooi. Is de af te leggen weg te groot om het lijk voortdurend te dragen dan wordt de kist gezet op een kar welke door een buurman is ingespannen en gereden tot op enige minuten afstand van de kerk, alwaar zij dan op een baar wordt geplaatst en naar de kerk gedragen.

In Uitvaartgebruiken in Westvlaanderen, door Mts Van Coppenolle, Volkskunde, 52ste jaargang, 1951 kun je lezen dat, mits het sterfhuis ver van de kerk lag, de doodskist aanvankelijk gedragen werd en op het moment dat de pastoor hen tegemoet kwam werd de doodskist op de schouders genomen. Verder was het gewoonte dat de dode door zijn gelijke wordt gedragen. Getrouwde mannen droegen getrouwde mannen; dit gold ook voor ongetrouwde mannen; getrouwde of ongetrouwde vrouwen en kinderen droegen kinderen. Dit gebruik kom je ook tegen in Noord-Brabant, zoals we verderop in de tekst zullen tegenkomen.

H.Grolman: ´Indien het kerkhof op kleine afstand is gelegen, gebruikt men op het platte land geen wagen, maar plaatst de kist direct op de baar. R. Hirsch zegt hierover: Er waren twee soorten van baren, n.l. handbaren, en die welke op de schouders gedragen werden; wanneer men op de schouders grafwaarts gedragen werd gold dit als een grote onderscheiding.´

Bron: Het maatschappelijke leven onzer voorvaderen in de 17de eeuw, G.D.J. Schotel.

Gaandeweg waren ook die lijkbaren niet meer zo eenvoudig gebleven. In dorpen en steden aan de Friese zeekust bestaan nog baren, afkomstig uit de latere gildetijd, met gekleurd schilderwerk en met randschriften op de lange zijden, soms ook tussen de stokken.

Ga naar boven