Het paard en de boerenkar

Bernard van Dam: ´De hoogkar was het voertuig voor meer omvangrijke ladingen. Zij werd gebruikt bij het binnenhalen van de verschillende graan – en hooioogsten, bij het vervoer van stro, het afleveren van vrachten, aardappelen, mangelwortelen enz. Ook wanneer er vette kalveren of varkens vervoerd moesten worden en meer andere werkzaamheden. Zo werd bij het ten doop gaan, als de afstand tamelijk ver was, ook de hoogkar ingespannen, bij een spoedbediening werd de geestelijke per hoogkar afgehaald, voor wien zo’n in stevige draf afgelegde rit over de hobbelige zandwegen allesbehalve een pretje was en verder moest ook het lijk van een der huisgenoten de laatste gang naar de kerk per hoogkar afleggen. Volgens B.van Dam werd het paard rond 1900 nog aangespannen voor de hoogkar. Waarmee niet gezegd wordt hoe oud de hoogkar feitelijk is. Verderop zijn betoog over ‘van voer- en werktuigen’ zegt Van Dam: Het is een toeval, wanneer we op de grote baan nog een hoogkar tegen komen. Zo goed als alle zijn vervangen door de platte wagen met gummi banden terwijl ook reeds op veel plaatsen de tractor de perserrebeid’ voor zijn rekening heeft genomen. Wat perserrebeid is weet ik niet! Bernard van Dam leefde van 1881 tot 1958, je kunt je dus wel voorstellen dat hij zijn verhaal situeerde in de jaren 50 van de vorige eeuw.´

Volgens Van Coppenolle werd het paard dat de lijkwagen zou trekken nog vooraf gezegend: Eertijds werden de paarden ’s avonds voor de uitvaart vermaand: ‘morgen moet gij een lijk naar het kerkhof voeren’. Dit gebruik schijnt uitgestorven. Wel worden nog, maar dan meer uit christelijke overtuiging, de paarden gezegend vooraleer aan te zetten. Dit zegenen gebeurde door een kruis te tekenen op de kop van het paard, eigenlijk moet ik hier ‘hoofd’ gebruiken! Met een palmtak en wijwater.

Er zijn nog meer typische gebruiken aangaande de paarden die de lijkwagen moesten trekken. • Het was gebruikelijk om een of twee zwarte paarden te gebruiken, een combinatie van een wit en een zwart paard kwam ook voor. • Ik heb zelfs ergens gelezen, Thanatos pag. 280 dat een witte bles bij een zwart paard ingesmeerd werd met zwarte schoensmeer. Je zou bijna zeggen: het moet niet gekker worden! • De paarden droegen geen zwarte kleden, wat in steden wel de gewoonte was. • Een drachtige merrie mocht de lijkwagen niet trekken, de kans was dan groot dat het veulen bij de geboorte zou sterven!

Meer en meer komt ook op het platteland de lijkkoets in gebruik, men gaat met zijn tijd mee en wil nu ook aan de stadse gebruiken meedoen. Op het platteland was en is nog op vele plaatsen de lijkwagen een boerenwagen, de z.g ladder- of hooiwagen zoals de boeren zeggen. De ladders dezer wagen waren zonder planken, ze bestaan alleen uit latten. Hij wordt eerst goed schoongemaakt en met vers stro belegd, waarop de kist komt te staan. Zwarte paarden doen bij een begrafenis dienst, één, twee en soms drie. De naaste buurman leent zijn kar en paard, daar men nooit met eigen gerij begraven wordt. H.Grolman: ´Vermoedelijk vreesde men dat de ziel van het eigen paard de dode in het graf zou volgen. Een drachtig paard mag men niet gebruiken voor een lijkwagen, daar dit en het veulen anders bij de geboorte sterven. Zo mag ook geen zwangere vrouw op de lijkkist gaan zitten op weg naar de kerk.´

Ga naar boven