De lijkweg

Een interessant fenomeen is de zogenaamde lijkweg. Grolman zegt hierover: Al voeren er meerdere en kortere wegen naar het kerkhof, zo zal steeds slechts één, die hiervoor van ouds is aangewezen gebruikt worden. Elk dorp had vroeger (wanneer was dat dan? B.H) zijn lijkweg, al was er een kortere toch bleef men steeds de lijkweg volgen. Er zijn straatnamen in gemeentes bekend die nog aan een lijkweg doen denken: de Dodesteeg, de Lijkenweg, de Dodedijk en ’t Dooienstraatje om er maar enkele te noemen. Gewoonlijk kiest men een andere weg om terug te keren om de ziel van de overledene te misleiden, opdat hij de familie niet volgen zal. Het was in Sleen in Drente bekend dat de begrafenisstoet op de heenweg links van de kerk gaat, terwijl hij langs de rechterzijde terugkeert.

Schrijnen, deel I, Nederlandse Volkskunde: Na de begrafenisplechtigheden in de kerk, of wel terstond vanaf het sterfhuis, wordt de kist op kar of wagen gezet en rijden zwarte paarden de dode ter laatste rustplaats. De naaste buurman moet het lijk rijden, en de regel geldt, dat wie de bruidswagen rijdt, ook de doden ter rustplaats moet brengen. De te volgen weg, die volgens oude gewoonte voor iedere buurt en hoeve vast staat is in Overijssel, Drenthe, Gelderland, Friesland algemeen de lijkweg, ook wel noodweg of reeweg genaamd. Hij wordt uitsluitend genomen bij het doopsel, huwelijk en begrafenis.

Of lijkwegen ook in Noord-Brabant bekend zijn geweest weet ik niet, in Twente werd er nog gebruik van gemaakt tot ca. 1950. (Uit: Thanatos, de geschiedenis van de laatste eer.)

Door het gebruik van lijkauto’s en ook door het verleggen van wegen tengevolge van ruilverkavelingen zijn er geen lijkwegen meer, althans niet meer als zodanig gebruikt.

Ga naar boven