Begraven

Over het begraven worden zegt Grolman in: Volksgebruiken bij sterven en begraven in Nederland: Tegenwoordig, (dat moet dan zijn rond 1923; toen publiceerde Grolman haar bijdrage over ‘Volksgebruiken bij sterven en begraven in Nederland’ B.H.) wordt in Europa algemeen op kerkhoven begraven, die zoveel mogelijk buiten de steden liggen, op het platte land daarentegen liggen oude kerkhoven gewoonlijk om de kerk of in de nabijheid ervan.

Hier een tekening van een begrafenis in de Noord-Brabantse plaats Someren. De kist is van de boerenkar gehaald en wordt door de dragers, op de schouders richting kerkhof en graf gedragen. Het is een tekening van J. de Beyer uit 1738 en bevindt zich in het Noordbrabants Museum te ‘s-Hertogenbosch. Bron: Rituele Repertoires, volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853, 1994, Gerard Rooijakkers.

Het begraven in kerken kwam in zwang op het einde van de 5de eeuw. Eerst lieten de geestelijken zich in de kerk begraven, welk voorbeeld door de aanzienlijken gevolgd werd. Reeds in 797 verbood Karel de Grote het begraven van leken in de kerken en liet hij kerkhoven aanleggen. Aan dit verbod werd niet zo de hand gehouden, het scheelde ook extra inkomsten voor de kerk. Pas veel later, in 1828, kwam het formele verbod om iemand in een kerk te begraven, voor die tijd was het slechts een kwestie van geld geweest. Na de begrafeniswet van 10 april 1869 behoort het begraven in kerken voor goed tot het verleden. In Nederland zijn dan ook omstreeks 1830 de kerkhoven buiten de steden aangelegd. Zie de gegevens hierover in de inleiding van dit hoofdstuk.

Ga naar boven