Doodsklok in ‘s-Hertogenbosch

Portegies: In ’s-Hertogenbosch gold het volgende gebruik: In ’s-Hertogenbosch was het de koster of zijn vervanger die de klokken luidde. De nabestaanden hadden de keuze uit het groot- (4 klokken), middel- (2 klokken) en kleingelui (één klok). Volgens Portegies moesten Bosschenaren betalen voor het luiden op zowel de sterf- als begraafdag. De koster noteerde precies hoelang hij geluid had en dit werd doorberekend aan de nabestaande van de overledene.

In Thanatos, de geschiedenis van de laatste eer, van H.Kok staat een begrafenisrekening uit de 15de eeuw en daarin staat omschreven welke kosten er verbonden waren aan het ‘over te luyden’ van een gestorvene. In datzelfde naslagwerk staat een tarievenlijst met betrekking tot het luiden van de doodsklok, samengesteld door de overheid van Winterswijk in 1750.

Ga naar boven