Doodsklok in Noord-Brabant

We gaan eens bekijken wat Van Sasse van Ysselt in: Oude begrafenisgebruiken in Noord-Brabant, over het luiden van de doodsklok heeft kunnen optekenen in Noord-Brabant.

Bokhoven: Op de dag van het overlijden wordt voor de afgestorvene van 11-12 uren ´s middags geluid en in drie tussenpozen wordt driemaal met de kerkklok getikt om de gelovigen aan te manen driemaal het Wees Gegroet voor de overledene te bidden.

Budel: Bij de begrafenis van volwassenen wordt driemaal door de buren de kerkklok geluid: 1. als het lijk bij de kerk gekomen is, 2. als het grafwaarts gedragen wordt, 3. als de lijkstoet voor de tweede maal naar het kerkhof gaat, wat geschied als het graf dicht is.

Cuyk e.o.: Het overlijden wordt ook onmiddellijk bericht aan de koster, opdat deze de afgestorvene zal overluiden; het is hier toch gebruikelijk om de morgen na het overlijden de kerkklokken gedurende een uur voor de dode te luiden.

Tongerle e.o.: De buren luiden daags na het overlijden na afloop der eerste Mis met twee tussenpozen de kerkklok voor de overledene en wel de kleine voor een kind en de grote met de kleine klok voor een volwassene.

In hetzelfde periodiek waarin Van Sasse van Ysselt zijn begrafenisgebruiken in Noord-Brabant publiceerde, kunnen we een bijdrage lezen uit de 25ste jaargang van Taxandria, 1918: Over het luiden bij het begraven. Het gebruik bestond, dat zolang een overledene boven aarde stond door de buurlui driemaal per dag werd geluid: ’s morgens na de H. Mis, ’s middags en tegen de avond. Ze kregen daarvoor geen betaling, doch ze werden na de bijzetting van het lijk getrakteerd op een halve ton bier, soms een hele ton. Dat bier heette luibier. Dit gebruik leidde vaak tot verregaand misbruik. Er wordt nu een pastoor genoemd ( Verhoeven 1828-1875) die dit gebruik afschafte. Op sommige plaatsen, o.a. te Duizel, bestaat heden (1918, B.H.) bij overlijden nog het volgende eigenaardige gebruik. Sterft er iemand, dan luidt de gebuur van de overledene onmiddellijk driemaal met de torenklokken, als om de gemeente van het overlijden kennis te geven. Zolang ’t lijk niet is begraven wordt het luiden tweemaal per dag, telkens driemaal herhaald namelijk ’s morgens en tegen de avond.(Vroeger jaren ook ’s middags om 12 uur). Is de overledene een kind dat zijne plechtige H. Communie nog niet heeft gedaan (plm 11 jaar) dan wordt slechts met één klok geluid en wel met de kleine, als ’t een meisje en met de grote, als ’t een jongen geldt. Is daarentegen het lijk van iemand die ouder is, dan luidt men twee klokken. Men begint dan met de kleine of met de grote, al naar mate de overledene een vrouw of een man is. telkens als het luiden is afgelopen wordt driemaal met de kleine of met de grote klok geklept.

Ga naar boven