Doodsklok en de duivel

Ook dominee Hanewinckel in zijn Op reis door de Meierij, zegt iets over het luiden in zijn 17de brief, uit 1799: Men luidt ook terstond over enen dode, zodra hij gestorven is, dit verdrijft de duivel, en degenen die dit horen kunnen dan voor de ziel van de gestorvene bidden.

Grolman: De plechtigheid van een gebeurtenis wordt voor ons gevoel verhoogd door klokkengelui. De oorspronkelijke bedoeling is dit echter niet geweest. In de Middeleeuwen dacht men zich een strijd tussen duivels en engelen om het bezit der ziel, nu trachtte men door lawaai maken, o.a. klokkengelui de duivel te weren. Dit laatste blijkt uit verschillende opschriften van doodsklokken: * In de St.Clemenskerk te Steenwijk: Daemones fugito, d.i. ik jaag de duivels op de vlucht. * Op de grote klok in Erfurt: Die grosse Susanne treibt die Teufel von danne. * Te Stuttgart: Osanna heiss ich, der böse Feind feucht mich.

Hirsch in: Dodenritueel in de Nederlanden vóór 1700, geeft aan dat het beluiden der doden al bekend was in het begin van de 13de eeuw. Verder geeft zij aan: Weer een ander middel om boze geesten te verjagen bestond in het luiden der klokken. Hierdoor echter wordt niet de ziel van de dode, die het de levende zou kunnen lastig maken verjaagd, maar is het de ziel van de gestorvene zelf, die beschermd moet worden tegen andere demonen.

Ga naar boven