In het sterfhuis

Kentekens van overlijden in het huis aangebracht

We volgen weer dominee Stephanus Hanewinckel in zijn ‘Reize door de Majorij van ’s Hertogenbosch in den jare 1798 en wel in zijn 17de brief: pag. 203. Zodra hij, Hanewinckel bedoelt een zieke mens, gestorven is, sluit men de vensters dicht, zet een brandende lamp bij het lijk, en men waakt ’s nachts bij het zelve; ook bid men dan voor de rust der ziel van de overledene. Men luid ook terstond over ene dode, zodra hij gestorven is, dit verdrijft de duivel, en de genen die dit horen, kunnen dan voor de ziel van de gestorvene bidden. Men heeft verder de gewoonte op sommige dorpen dat, als er een lijk in huis is, terstond de deuren en vensters gesloten worden.

Uit Van Sasse van Ysselt: Oude begrafenisgebruiken in Noord-Brabant:

Boxmeer e.o.: Een teken van overlijden wordt niet voor het sterfhuis geplaatst. Wel worden om het lijk vier brandende kaarsen gezet.

Budel: Als teken dat er een dode in huis is, worden alleen de vensters gesloten of de gordijnen neergelaten. De burgers, niet de boeren, bedekken bovendien hunnen spiegels en schilderijen met zwart floers.

Over dit bedekken of omkeren van spiegels vlak na het overlijden lezen we bij Schrijnen, deel I. Nu zet men de klok stil en omfloerst de spiegel of keert hem om, omdat er anders spoedig een tweede sterfgeval in het huis zou volgen, meent men in Friesland. De verklaring hiervoor is deze: Dat het spiegelbeeld van de mens met de ziel wordt gelijk gesteld; het is dus te duchten, dat het spiegelbeeld van de overlevenden door de geest van de overledene wordt meegevoerd.

Verder met Van Sasse van Ysselt:

Eindhoven: Vroeger werd er aan het sterfhuis een lantaarn zonder licht uitgehangen, doch deze gewoonte is daar sedert een jaar of tien in onbruik geraakt. Thans worden er alleen de blinden van het huis gesloten, ten teken dat er een lijk boven aarde staat.

Erp: De luiken van het sterfhuis worden dan gesloten.

Schrijnen, deel I, beschrijft een gebruik in sommige plaatsen in Zuid-Limburg dat het tegengestelde is van ons gebruik na een overlijden. Na de dood worden onmiddellijk deuren en vensters geopend in het sterfvertrek, althans op enkele plaatsen in Zuid-Limburg, een scheidingsgebruik, dat de ziel er vrij uit kan fladderen. Naderhand worden deuren en vensters weer gesloten, eigenlijk en oorspronkelijk eerst na de begrafenis, om de ziel te verhinderen terug te keren.

Mevrouw Antonet van de Wijdeven- van de Akker uit Schijndel zegt hierover: Rond de jaren tot 1951 toen mijn vader hier in huis gestorven is, werden de vensters ook nog gesloten. Dat waren de luiken voor de ramen. Net zolang tot er na drie dagen de kist werd uitgedragen.

Uit: losse gegevens uit het knipselarchief van Mandos, in bezit van het BHIC (Het Brabants Historisch Informatie Centrum) te ‘s- Hertogenbosch. Als er een dode in huis was dan mocht in 6 weken niet met zand gestrooid worden (en evenmin geschrobd ).

Als men een sterfhuis binnen kwam mocht men niets zeggen. Helemaal niets zeggen was ’t mooiste. Herinnering uit St.Oedenrode uit 1840. Naam onbekend!

Mandos: Op de dag van iemands begrafenis mag men de deur niet sluiten daar men anders de dode buiten sluit. Aantekening uit Heusden, anoniem!

Grolman in: Volksgebruiken bij sterven en begraven in Nederland: Ten teken dat er een dode in huis is sluit men luiken of gordijnen. De bloedverwanten sluiten de luiken gedeeltelijk, meer of minder naar de graad der bloedverwantschap. Tijdens de begrafenis sluiten ook de buren hun huis. Op het platteland komt het dikwijls voor dat men één luik sluit, het andere uit de hengsels licht en tegen de muur op de grond plaatst. Dit gebruik is o.a. bekend in de gemeentes Aalst, Zwartsluis en in de Bommelerwaard. Deze sluiting wordt ook bij de bloedverwanten zowel als bij de buren gezien. Dikwijls neemt het hele dorp hieraan deel o.a. in de Hoekschewaard. (Deze informatie haalde Grolman uit diverse afleveringen van de Driemandelijkse Bladen) Soms opent men de luiken weer zodra het lijk het huis is uitgedragen en bij terugkomst der begrafenisstoet heeft dan alles weer zijn gewone aanzien. Maar gewoonlijk laat men het huis nog enige dagen in gesloten toestand, in enkele streken wel tot 6 weken toe. Tegenwoordig (bedoeld wordt 1923, B.H.) sluit men zijn huis in navolging van vroegere gebruiken zonder een verklaring te geven. Grolman vraagt zich nu af: Maar hoe ontstond dit gebruik? Volgens de animistische opvatting is de ziel nog steeds in de nabijheid van het lijk en om nu te voorkomen dat deze ergens anders haar verblijf zal zoeken, houdt men de luiken gesloten. Zodra dan ook in sommige streken het lijk het huis uit is, opent men luiken, ramen en deuren om de ziel gelegenheid te geven het lichaam naar het graf te volgen. Naderhand, na de begrafenis, sluit men deuren en vensters weer om de ziel te beletten weer naar huis terug te keren. Bloedverwanten en buren houden alles gesloten, dat de ziel niet bij hen haar intrek neme. Grolman constateert nu terecht: Niet overal heersen dezelfde denkbeelden. Immers zagen wij boven reeds dat men vrije baan maakt voor de ziel, opdat zij weg kan vliegen. Daarom laat men ook in Vlaanderen dikwijls het raam der sterfkamer een kier openstaan om aan de ziel gelegenheid te geven te vertrekken; ook in enkele streken van ons land komt deze gewoonte voor. Om het lijk plaatst men bij de katholieken brandende kaarsen. Kaarsen branden heeft ten doel de dode tegen boze invloeden te beschermen, daarom geeft men de stervende , zoals we reeds zagen, een brandende kaars in de handen, wat in vele landen van Europa voorkomt.

In de 17de eeuw werd één der vertrekken, die men voor het rouwbezoek bestemd had, behangen met zwart laken, soms met zilveren tranen bezaaid en door enige zwart geschilderde kaarsen verlicht. Trouwens wordt tegenwoordig nog de kamer waarin het lijk opgebaard staat, bij de katholieken op dergelijke wijze versierd. Verder zet men de klok stil, omfloerst de spiegel of draait hem om. Het spiegelbeeld wordt bij vele volkeren gelijk gesteld aan de ziel, daarom gelooft men, dat de ziel der levenden los gemaakt wordt van het lichaam, zo dit door de spiegel weerkaatst wordt.De ziel zou dan door de dode meegevoerd kunnen worden. In Friesland zegt men dan ook, dat als men de spiegel niet bedekt er spoedig een tweede sterfgeval zal plaats hebben in dat huis, terwijl men op Schouwen bang is dat de opwaarts vliegende ziel van de dode de spiegel zal bederven. Dikwijls neemt men ook de schilderijen af en verwijderd alle versierselen. In den Holtenhoek en Rekken mag men geen zand in de keuken of woonkamer strooien zolang het lijk boven aarde staat, in Olden-Egbergen is dit gedurende zes weken verboden. Te Wijnjeterp moest men alle gereedschappen van een overleden werkman verplaatsen, anders waren deze niet meer te gebruiken. Zij hadden dan geen ziel meer, want de ziel van de dode zal, zo hij zijn werktuigen op de oude plaats vindt, hun ziel meenemen.

De (retorische) vraag die je nu zou kunnen stellen is: gelden al deze aspecten ook voor Noord-Brabant?

Ga naar boven