Roggestro

We hebben hiervoor al de diepere betekenis van het stro met betrekking tot begrafenisrituelen gezien. Maar het gebruik van stro had ook nog een weliswaar verrassende maar niet minder rationele betekenis. Dat blijkt uit het volgende hoofdstuk in de bijdrage van Van Coppenolle in Volkskunde, 52ste jaargang, 1951: Stro in de kerk. In sommige gemeenten van Westvlaanderen wordt, bij de begraving van een hooggeplaatst, adellijk persoon de kerkvloer belegd met roggestro, dat gedorsen is met de vlegel. Van Coppenolle haalt aan dat dit nog gebeurde in 1948 bij de uitvaart van een oude gravin en zegt hij: het was sedert 1867 aldaar niet meer voorgekomen. Bij de uitvaart van een adellijk persoon werd er stro gelegd aan beide zijden langs de weg van de kerk naar het kerkhof. De pachters van de burggraaf waren verplicht dit te doen. Na de begrafenis werd alles weggenomen.

Janssens vermeldt in zijn Oorsprong en betekenis van het lijkstro uit 1952 het volgende: De gewoonte een stervende of afgestorvene op stro te leggen is reeds lang verdwenen; het openspreiden van gekamd stro of glei in de kerk rondom de lijkbaar bij begrafenissen, bestaat nog wel, doch het wordt een zeldzaamheid en dit gebeurt nog enkel bij uitvaarten in sommige adellijke families.

Ga naar boven