Rozenkrans

De rozenkrans speelt een belangrijke rol binnen de rituelen rond sterven en dood. Maar wat is eigenlijk een rozenkrans en wat is een rozenhoedje? Ik ben op zoek gegaan en beschrijf in dit hoofdstuk de betekenis van beide begrippen. Het gezamenlijk bidden van de rozenkrans, ook wel paternoster genaamd, behoorde onlosmakelijk tot de katholieke rituelen rondom een ernstig zieke, een stervende of gestorven mens.

Op het einde van dit hoofdstuk laat ik wat rozenkransen zien, die te zijn op werken vanaf de tijd van Jeroen Bosch (ca. 1450-1516) tot?

We beginnen dit hoofdstuk met een citaat uit de 17de brief van Dominee Stephanus Hanewinckel uit zijn Reize door de Majorij van ‘s-Hertogenbosch in den jare 1798: Als men denkt, dat een zieke sterven zal, roept men alle de naburen te samen, om enen Rozenkrans, dat is enige Pater-nosters en Ave-Maria´s voor de zieltogende lijder te bidden, is dit verrigt, dan gaat ieder weer naar huis, onder het sterven geeft men hem ene gewijde brandende kaars in de hand , dit bevordert ene zachte dood.

In het tweede deel van zijn Reize zegt Hanewinckel: Op sommige dorpen der Majorij heeft men de gewoonte om, wen men ergens in een huis des avonds wil vergaderen om enen Rozenkrans te bidden, op enen hoorn te blazen, dan begeven zich de meesten die dit horen derwaards; is het gebed geëindigd dan begint men allerlei gekheden en alle godsdienstigheid is dan weder vervlogen. Dit blazen op een hoorn geschied ook wel als iemand op sterven ligt, om nog eens voor de stervende te bidden. Hazewinkel zegt niet vanwaar dit gebruik vandaan komt.

Van Sasse van Ysselt, vermoedt dat het is ontstaan in de tijd dat men aan de katholieken in de Meierij van den Bosch hunne kerken had ontnomen en zij, dientengevolge geen kerkklokken meer ter hunner beschikking hebbende, genoodzaakt waren zich van andere instrumenten te bedienen, als zij elkander tot het gebed wilde oproepen.

We gaan nu eens bekijken wat Van Sasse van Ysselt heeft opgetekend over het gebruik van de rozenkrans in zijn bijdrage: ‘Oude begrafenisgebruiken in Noord-Brabant’, 1896.

Ik blijf de plaatsnamen vernoemen waarvandaan Van Sasse van Ysselt zijn informatie heeft gekregen of waar hij het zelf heeft opgetekend.

Budel: Zodra een zieke het H. Oliesel heeft ontvangen en ten volle bediend is, zoals het heet, als dit Sacrament is toegediend, wordt gewoonlijk door een kind van de naaste buurman aangezegd om voor de zieke de rozenkrans te bidden, welke als de ziekte zolang nog duurt, gedurende drie of vier dagen achtereen door de buurt gebeden wordt, in het huis van de zieke, wanneer zulks kan en anders bij een buurman. Is de zieke gestorven dan wordt de rozenkrans op dezelfde manier aangezegd en tot de dag van de begrafenis gebeden.

Erp en omstreken, w.o. St.Oedenrode: Is aan een zieke het H. Oliesel toegediend dan gaat een der buren het in de buurt aanzeggen. De buren komen daarop in de woning van een hunner bijeen en bidden daar gezamenlijk voor de zieke de rozenkrans. Dit doen zij ook de twee volgende dagen wanneer de zieke nog zolang mocht blijven leven. Is de zieke nog in leven dan komen de buren niet meer bijeen om voor hem te bidden, ten ware zijne ziekte erger mocht geworden zijn.

Over het gebruik van de rozenkrans in ´s-Hertogenbosch zegt Van Sasse van Ysselt: Als het lijk boven aarde staat, wordt elke avond tot aan de dag der begrafenis de rozenkrans in het sterfhuis gebeden door de familieleden en uitgenodigde kennissen, wat gewoonlijk onder voorgang van enen aanspreker gebeurt.

De Langstraat: te Vlijmen, Nieuwkuik en Drunen wordt het overlijden aangezegd en het vragen op de rozenkrans gedaan door mannelijke bloedverwanten, die de overledene verder dan in de tweede graad bestonden. Te Baardwijk geschiedt dit door de naaste buurman, te Waalwijk door de naaste buurman of enen bidder en te Besoyen door de bidder alleen. Te Vlijmen, Waalwijk en Besoyen wordt de rozenkrans ´s avonds in het sterfhuis gebeden, te Nieuwkuik, Drunen en Baardwijk gebeurt dit voor de overledene alleen in de kerk.

Sint Michielsgestel e.o.: ´s Avonds omstreeks 6 of 6 1/2 uur roept de kerkklok de buren ter kerke om daar gezamenlijk een rozenhoedje voor de zieke te bidden, behalve in het geval hij ver van de kerk verwijderd woont, als wanneer het bidden geschiedt in het dichtst nabij gelegen huis. Van de buren neemt minstens een der huisgenoten aan het gebed voor de zieke deel. Ene weigering om daaraan deel te nemen wordt gehouden voor een bewijs van vijandschapen daarom hoogst kwalijk genomen.

Oirschot e.o.: Zodra iemand gestorven is, gaan de buren aanzeggen, dat ten huize van de overledene gedurende de drie aan de begrafenis voorafgaande avonden de rozenkrans gebeden wordt.Dit bidden geschiedt bij het lijk.

Tongerle e.o.: De buren zorgen ook daar voor alles, wat voor de begrafenis nodig is. Zij zeggen aan de familie aan de rozenkrans voor de overledene, die tot aan de begrafenis gedurende drie achtereenvolgende avonden door de familie en de buren in het sterfhuis gebeden wordt.

Tot zover de passages uit het artikel van van Sasse.

Nu een fragment uit: Volksgebruiken en gewoonten in Noord-Brabant, door P.N. Panken, Brecht, 1898. Wanneer iemand de sacramenten der stervenden toegediend zijn, worden de gezinnen der buurt aangezegd, om in een huis nabij de zieke, ’s avonds de rozenkrans te komen bidden. Zulks geschiedt veeltijds drie avonden, somtijds min- of meermalen, volgens de omstandigheden. Ook bidt men de rozenkrans in het sterfhuis, elke avond, totdat het lijk begraven is. In sommige parochiën wordt tegenwoordig de rozenkrans, in plaats van in huis, soms in de kerk, en dan meestal ’s middags, gebeden.

Bernard van Dam schrijft ook over de rozenkrans in zijn werk: Oud Brabants Dorpsleven: Gedurende drie avonden werd de rozenkrans gebeden terwijl het bij een zieke die moeilijk gemist kon worden, bijvoorbeeld een vader of moeder van een groot aantal jonge kinderen, of een persoon in de fleur van zijn leven, nog dikwijls voorkwam dat er door de buurlui een bedevaart te voet naar Handel georganiseerd werd om door een gezamenlijk gebed genezing voor de zieke af te smeken. De rozenkrans wordt al sedert jaren in de kerk gebeden, maar overigens zijn al de genoemde gebruiken tot op heden dezelfde gebleven. Even verderop in zijn boek, spreekt van Dam zich tegen als hij zegt: Bij overlijden had weer de buurt ervoor te zorgen dat de rozenkrans tijdig werd aangezegd, die bijna altijd in het sterfhuis gebeden werd. Tenslotte zegt van Dam: De eerste avond dat de rozenkrans gebeden werd was de voltallige buurt in het sterfhuis aanwezig en bleef daar na afloop bij elkaar om te beraadslagen hoe de verschillende functies die de buurtplicht haar oplegde verdeeld zouden worden.

Mevrouw Marie Erkelens- van der Linden uit Oisterwijk schreef een bijdrage in het ‘ Vlugschrift van de Heemkundige Studiekring ‘ De Kleine Meijerij’, Jrg XIV no 7, mei 1961, getiteld: Begrafenisgebruiken te Oisterwijk in het begin dezer eeuw. Wanneer een zieke in stervensgevaar kwam te verkeren en het nodig geoordeeld werd hem te bedienen, ontboden zijn huisgenoten de naaste buur. Zij overhandigden hem een lijst met de namen der verwanten kennissen en buren, welke gewaarschuwd moesten worden, dat de zieke zou worden bediend, en dat gedurende drie avonden ten huize van de buurman een rozenkrans, dus drie rozenhoedjes, gebeden zouden worden. De buren, dat waren de bewoners der huizen aan weerszijden van het huis van de stervende, en die in de drie huizen daartegenover, werden bovendien uitgenodigd bij de bediening aanwezig te zijn. Woonde in een der genoemde huizen familie van de zieke dan rekende men een deur meer tot de buurt.

Waar werd de rozenkrans gebeden en door wie?
De rozenkrans werd gebeden in het huis van ‘n zieke, stervende of overledene of in de kerk of bij een van de buren. Bij een ernstig zieke werd de rozenkrans niet in zijn of haar huis gebeden, dit om de zieke niet te zeer te verontrusten! Overleed de ernstig zieke dan werd de rozenkrans gebeden tot en met de laatste avond vóór de uitvaart, in het algemeen waren dit drie avonden. Werd de ernstig zieke weer beter dan kwamen de bidders niet meer terug. Als een rozenkrans gebeden werd in het sterfhuis werd hierna beraadslaagd door de aanwezigen hoe de uitvaart georganiseerd zou worden, wie wat zou doen. Hier kom ik later nog op terug. Het bidden van de rozenkrans werd meestal gedaan door een z.g. voorbidder of voorbidster, deze had de leiding bij het bidden en bad voor. Bij het rozenkrans bidden kon het zo druk zijn, dat een ieder zijn eigen stoel maar meebracht.

We laten Johan van Berlo aan ’t woord uit zijn bijdrage van het Bisdomblad 55 ste jrg nr. 45, 18 november 1977, Elke dag sterven we een beetje. De buurman die gaande in de richting van de kerk naast de betrokkene woonde was de ‘ naaste’. Hij moest in de buurt, waarvan de grenzen zeer nauwkeurig waren afgebakend, de rozenkrans aanzeggen die bij hem thuis gebeden werd. ‘ Buurte’ men met de kerk dan werd daar, ook met een sterfgeval, de rozenkrans gebeden. In d’n herd werden planken van de ene stoel naar de andere gelegd, zodat allen die kwamen wel ‘ gezit konden komen’. Elke buurt had z’n vaste voorbidster of voorbidder: iemand die steeds zonder afspraak voorbad. In de winter was het bidden om 7 uur; ’s zomers om 8 of soms om 9 uur, ’t moest wel ongeveer donker zijn. Zondags was het bidden om 1 uur, men kon dan nog naar ’t Lof om 3 uur en naar de Congregatie of de Familie. Vroeger werden, als de huisgenoten dachten dat het einde naderde, de buurlui erbij gehaald. Men bleef rond het sterfbed bidden. Iemand hield bij de stervende de brandende kaars in de hand vast.

Lijkbidden
Een losse opmerking uit Mandos-archief betreffende een gebruik te St.-Oedenrode? Daags voor de begrafenis werd er in het sterfhuis een rozenkrans gehouden, uitsluitend door bloedverwanten uit de gemeente. Dit heette men: lijkbidden. Na afloop van de rozenkrans: koffie met ‘ mikke boterhammen’. Onder dat koffiedrinken zei een der geburen, wie der aanwezigen familieleden des anderen daags ’ t lijk volgen mocht. Aangelokt door de ‘mikke boterhammen’ was ’t aantal lijkbidders dikwijls zeer groot.

De rozenkrans aanzeggen
Dit betekent dat de buren of één van de naaste buren van een ernstig zieke die al bediend is, van een stervende of een reeds overledene, in de buurt kenbaar gaat maken wie er ziek, stervende of overleden is. Het aanzeggen werd gedaan door de naaste buren die werden aangewezen door de pastoor of de koster of door een bepaalde bewoner van de straat of door een van de kinderen van de buren. Het is moeilijk aan te geven wat nu eigenlijk de buren waren en hoe ver de buurt ging. Ik heb wel eens gehoord dat de buren de bewoners waren aan weerszijde van het huis van de stervende en de drie huizen daartegenover. In een afgelegen gebied, daar waar veel boerderijen ver uit elkaar staan is het lastig aan te geven waar de buurt ophoudt. Volgens mij is het natte vinger werk om te bepalen tot waar je gaat aanzeggen.

Wat is nou eigenlijk een rozenkrans en wat is een rozenhoedje?
Een rozenkrans of paternoster is een bidsnoer of gebedssnoer die bestaat uit 5 grote en 50 kleine kralen en een kruisje. Het gebed bestaat uit het bidden van 15 maal het Onzevader en 150 maal het Weesgegroet, je doorloopt zo driemaal de rozenkrans.

Hier een schema van een rozenkrans:

De verkorte versie van de rozenkrans is het rozenhoedje, je doorloopt de rozenkrans slechts één keer en bidt dan 5 Onzevaders en 50 Weesgegroeten.

Het rozenkransgebed met sterke nadruk op de Mariadevotie dateert uit de 15-de eeuw en was in feite een vereenvoudiging voor het gewone kerkvolk dat de 150 psalmen niet uit het hoofd kon opzeggen, zoals de kloosterbroeders dat wel konden. Vandaar het gebruik van 150 maal één Weesgegroet! Bij elk tiental kralen wordt een geheim uit het leven van Maria overwogen.

De volgende informatie komt uit: ‘ De Heilige Rozenkrans’, door Jozefmaria Escrivá., Een uitgave van Stichting De Boog, Amsterdam,2003.

De geheimen (mysteriën) uit het leven van Maria. Heel belangrijk in het rozenkransgebed zijn de geheimen, het zijn er vier: 1. De blijde geheimen (maandag en zaterdag) 2. De droevige geheimen (dinsdag en vrijdag) 3. De glorievolle geheimen (woensdag en zondag). 4. De geheimen van het licht (donderdag) Dit laatste geheim heeft Paus Johannes Paulus II in 2002, bij het begin van het jaar van de rozenkrans, toegevoegd aan de overige drie ‘geheimen’.

Steeds na het noemen van een geheim en intentie worden er tien Weesgegroeten gebeden , ook wel een tientje genoemd en bidt men één Onze Vader en één Eer aan de Vader. Bij elkaar geven de ‘geheimen’ , een woord dat je moet interpreteren als ‘mysterie’, een soort samenvatting van het evangelie.

1. De blijde geheimen.

• Eerste blijde geheim: De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria, • Tweede blijde geheim: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth, • Derde blijde geheim: Jezus wordt geboren in een stal van Betlehem, • Vierde blijde geheim: Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen, • Vijfde blijde geheim: Jezus wordt in de tempel wedergevonden.

2. De droevige geheimen.

• Eerste droevige geheim: Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader, • Tweede droevige geheim: Jezus wordt gegeseld, • Derde droevige geheim: Jezus wordt met doornen gekroond, • Vierde droevige geheim: Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië, • Vijfde droevige geheim: Jezus sterft aan het kruis.

3. De glorievolle geheimen.

• Eerste glorievolle geheim: Jezus verrijst uit de doden, • Tweede glorievolle geheim: Jezus stijgt op ten hemel, • Derde glorievolle geheim: De heilige Geest daalt neer over de apostelen, • Vierde glorievolle geheim: Maria wordt in de hemel opgenomen, • Vijfde glorievolle geheim: Maria wordt in de hemel gekroond.

4. De geheimen van het licht.

• Eerste geheim van het licht: Jezus wordt gedoopt in de Jordaan, • Tweede geheim van het licht: Jezus openbaart zich op de bruiloft te Kana, • Derde geheim van het licht: Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering, • Vierde geheim van het licht: Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor, • Vijfde geheim van het licht: Jezus stelt de Eucharistie in.

Het moet toch een hele klus zijn geweest om de rozenkrans te bidden, je moet als voorbidder echt kennis hiervan hebben, het zal een specialisme zijn geweest van iemand die de rozenkrans regelmatig bidt bij een sterfgeval, in het sterfhuis.

Nog wat losse opmerkingen over de rozenkrans. Oktober is de maand van de rozenkrans en de geheimen van de gehele rozenkrans. Het feest van de rozenkrans is op de eerste zondag van oktober.

De rozenkrans in de kunst.

Te beginnen met Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516), er zullen ongetwijfeld nog meer voorbeelden volgen.

Links: Detail van het linkerpaneel van de triptiek: Temptatie van Sint-Antonius, ca. 1501 of later. Lissabon, Museu Nacional de Arte Antiga.
Rechts: Detail van Dood van een wrek, Washington, National Gallery of Art.
Daaronder een detail van het middenpaneel van de Hooiwagen, ca. 1516 of later. Madrid, Museo Nacional del Prado.

 

 

Begrippenlijst bij dit hoofdstuk:

1. Rozenkrans(gebed)
2. Rozenhoedje
3. Vier geheimen van het rozenkransgebed
4. De rozenkrans aanzeggen
5. Op een hoorn blazen
6. Aanspreker
7. Voorbidder/voorbidster
8. De naaste (buurman)
9. Lijkbidden
10. Mikke boterhammen

Ga naar boven