Kisten van het lijk

In een bijdrage van Mts Van Coppenolle in Volkskunde, 52ste jaargang, 1951: Uitvaartgebruiken in Westvlaanderen lezen we: Bij het kisten wordt soms de gewijde kaars gebruikt om enkele druppels was van de brandende kaars in de kist te laten neervallen. Te Brugge en elders in Vlaanderen laat men enige druppels van de gewijde kaars kruisgewijze op de bodem van de kist vallen. Nu weer Van Coppenolle: De betekenis is: het vrijwaren tegen ’s duivels invloed door de kracht van de gewijde kaars. De timmerman (hij heeft de doodskist gemaakt en afgeleverd bij het sterfhuis B.H.) neemt de brandende gewijde kaars en laat druppels ervan in kruisvorm op de bodem van de kist vallen. Met palmtak en wijwater maakt men eveneens een kruisteken over de bodem.

Schrijnen, deel I: Bij het kisten moet de dode met de voeten naar de deur gelegd worden, en zo draagt men hem uit de woning, recht door de lijk- of sterfdeur, de hoofddeur van het huis, maar die anders niet geopend wordt, dan wanneer een lijk wordt uitgedragen of het bruidspaar zijn intrede doet.

Van Sasse van Ysselt: Omdat de katholieken van de stad ´s-Hertogenbosch vóór 1860 geen gewijd kerkhof hadden, werd op de dag vóór de begrafenis door de dienstdoende geestelijke uit de parochie gewijde aarde op het lijk en in de kist gedaan, waarbij dan de kerkelijke gebeden, die voor de overledenen zijn voorgeschreven,, werden gebeden; daarbij waren familie, vrienden en buren tegenwoordig en gewoonlijk werd nog daarbij door de geestelijke een kleine toepasselijke predicatie gehouden. Met het in gebruik stellen van het stedelijk kerkhof te Orthen,(20 mei 1858, B.H.) heeft deze gewoonte opgehouden.

Ga naar boven