Doodskist

Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend dat een dode gekist wordt en dat de kist op een kerkhof in het graf wordt neergelaten of in de oven wordt geschoven in een crematorium. Maar is dit altijd zo geweest? We laten Hirsch aan ’t woord: Laten we nu eens nagaan waarin men de doden begroef en wat hun tot laatste omhulsel strekte. Niet zelden werden bij de oude Germanen in het algemeen en vooral bij de Scandinaviërs de doden gelegd in bootvormig uitgeholde boomstammen, de men vervolgens de rivier af, of de fjord uit liet drijven. Op oude grafstenen vindt men dan ook nog af en toe een schip uitgehouwen, waarin de dode zijn tocht naar het hiernamaals volbrengt. De eerste vorm van doodkist, die de Franken gebruikten, was de zogenaamde dodenboom, dat wil zeggen men nam de stam van een boom ter lengte van een mens, deze stam werd gespleten en in het midden zo ver uitgehold, dat het ontzielde lichaam in de holte plaats kon vinden.

Geheel onder invloed der Romeinen stond het begraven in stenen kisten. In de eerste tijd der middeleeuwen en wel tot in de 12de eeuw, gebruikte men voor vorsten en prelaten stenen sarcofagen, die men ook wel stolpen noemde. Deze stolpen waren uit aan elkander gevoegde bakstenen van een aanzienlijke afmeting gevormd, die men eerst bij en op elkaar plaatste als de lijken reeds in de groeve waren gelegd. In de 12de eeuw verbond men die stenen met cement en zo kreeg men gemetselde graven.

Naast deze stenen gebruikte men later ook wel loden kisten, tot de 15 de eeuw, toen houten kisten, die al voor minderen in gebruik waren, ook voor lijken van aanzienlijken allerwegen in zwang kwamen.

De weelde van een kist was echter niet voor een ieder weggelegd. Arme doden heeft men dikwerf zonder kist in het reekleed of in een mat gewikkeld ter aarde besteld evenals de ter dood veroordeelden.

Tot in de 17de eeuw was het gebruik van doodkisten in Europa nog niet algemeen verbreid. Hirsch2 merkt ten slotte nog op: En zelfs in de 18de eeuw heeft men in Brugge nog enkel in een omhulsel van stro begraven.Bron:Thanatos, de geschiedenis van de laatste eer, H.L. Kok.

Grolman: In Nederland kent men twee soorten kisten. De langwerpige vierkante met platte deksel en die met schuin opstaand deksel, dakvormig. (Bron:Thanatos, de geschiedenis van de laatste eer, H.L. Kok.)

De kleur is zeer verschillend: zwart ebbenhout, eikenhout of ook wit geschilderd. Soms is de kist mooi versierd met zilveren handvaten, naamplaat, schroeven, zilveren of zwartgeschilderde kruisen. Dikwijls is zij van binnen bekleed met wit lijnwaad, afgezet met zwart lint of versierd met zwarte strikken. Dit alles is afhankelijk van de prijs die men ervoor besteden wilt.

Vroeger (ook hier weer: wat is vroeger? B.H.), met name in Drenthe, lag de doodwade in de linnenkast gereed en elke boer had als uitzet het benodigde eikenhout voor de latere kist waarvan dan een gedeelte naar de timmerman ging. Bij een sterfgeval gaf elke buur een stuiver voor het maken van de kist.

In de 17de en 18de eeuw waren deze planken of noodhout het eerste huisraad als men trouwde. In Twente zorgde de man, de bruidegom, voor dit hout en de vrouw, de bruid, voor het lijkkleed.

In de 17de eeuw begroef men ook wel in enkele of dubbele eikenhouten, loden of tinnen kisten, die bekleed waren met zwart fluweel waarop het sterfjaar en het wapen geborduurd werden. Ook had men kisten met glazen deurtjes of raampjes aan het hoofdeinde, waardoor men het gezicht van de dode ook na het sluiten van de kist kon zien. Echter werden alleen aanzienlijken in een kist begraven, de gewone man werd op een plank naar het graf gebracht, zonder deze in het graf gelegd en de plank, als aandenken opgericht. De kist moest vroeger vervaardigd worden door een lid van het kistenmakersgilde. Gewoonlijk wordt het lijk ´s avonds gekist door de timmerman met een der buren.

Men plaatst de kist op twee zwarte schragen, bij de katholieken omringd door brandende kaarsen. Zij staat dan in het voorhuis of in de zijkamer of in de schuur, op den deel. Gewoonlijk zijn daarbij de voeten naar de deur gericht, zodat het lijk in dezelfde houding uitgedragen zal worden. In West Noord-Brabant plaatst men het lijk ook wel met de voeten naar het raam waardoor het dan uitgedragen wordt. In Limburg plaatst men het lijk in de kerk tijdens de dienst met de voeten naar het altaar, terwijl het lijk van een priester juist andersom geplaatst wordt.

Van Sasse van Ysselt: Alle kisten zijn versierd met een kruis, in den mindere stand met een zwart geverfd kruis en onder de burgerij met een kruis met corpus.

Ga naar boven